Close Menu
Spoed? Bel 06 55 37 00 00 Op spoednummer geen APP/SMS (doorgeschakeld)
Geen spoed? Bel dan tijdens spreekuur
Ma t/m vr van 8.00 - 9.00 uur: 0252-534340

Droes

DE OORZAAK VAN DROES

Droes wordt veroorzaakt door Streptococcus Equi spp Equi en is de meest voorkomende bacteriele luchtwegziekteverwekker bij paarden.

Besmetting kan plaatsvinden via direct neus-neus of neus-mond contact van paard tot paard, hieronder valt ook hoesten en proesten, of via indirect contact als handen, emmers, waterbakken, tuig maar ook via huisdieren als honden en katten.

Paarden van alle leeftijden kunnen ziek worden maar vooral bij jonge paarden komt droes vaak voor.


Afhankelijk van het weer kan de droesbacterie 4 tot 6 weken overleven in water. Gedeelde drinkbakken kunnen dus een belangrijke infectiebron zijn. Op hekken, weilanden en boxwanden overleeft de bacterie doorgaans korter (enkele dagen tot een week).

 

DE SYMPTOMEN VAN DROES

De meest voorkomende zijn koorts, niet goed eten, sloom, zwelling van de lymfeknopen in hoofd/halsregio en/of een vieze neus.

De ernst van deze verschijnselen hangt onder meer af van de weerstand van het paard, de hoeveelheid bacterien waaraan het paard is blootgesteld en de duur van deze blootstelling.

Een met droes besmet paard krijgt doorgaans binnen 3 tot 14 dagen heftige keelontsteking en voelt zich doorgaans erg ziek. De infectie stopt vaak 2-3 weken later, maar kan soms 4-6 weken of nog langer aanhouden.

De bacterie veroorzaakt vaak opvallende abcessen onder de kaak of boven het strottenhoofd (achter de kaaktakken), echter deze symptomen zijn er niet altijd! Abcessen gaan doorgaans pas 1 tot 4 weken na infectie doorbreken.

Paarden vormen nog steeds een besmettingshaard tot minimaal 6 weken nadat de laatste pus of het laatste snot gezien is en dienen in isolatie te blijven!!

 

DE DIAGNOSE DROES

Verdikkingen en koorts kunnen ook andere redenen hebben, niet iedere verdikte lymfeknoop is droes. Vervolgens geven niet alle droesgevallen direct expliciet bovenstaande symptomen.

Men weet ook dat droes in mildere vormen kan voorkomen; er worden dan geen abcessen gevormd maar er volgt slechts een milde hardnekkige verkoudheid. Als er bijvoorbeeld snot in 1 neusgat zit, kan het een ontstoken kies zijn, maar in de praktijk blijkt dat het in sommige gevallen ook droes kan zijn.

De diagnose droes kan alleen gesteld worden met behulp van een neusswab indien er daadwerkelijk sprake is van snot of abcesinhoud indien er een abces open is gegaan, of met behulp van een mobiele luchtzakspoeling.

 

DRAGERS VAN DROES

Bij ongeveer 10% van de paarden blijft de droesbacterie na een infectie in de luchtzakken aanwezig, paarden bij wie dit gebeurt noemen we "dragers".

Deze dragers kunnen de bacterie ongezien gedurende maanden tot jaren bij zich dragen en met tussenpozen uitscheiden, en dus andere paarden besmetten, zonder daar zelf weer ziek van te worden. Wanneer er op een stal telkens nieuwe uitbraken optreden zonder duidelijke oorzaak kan het dus zijn dat er dragers op stal staan. Paarden kunnen ook drager worden zonder zelf voorafgaand symptomen van droes te laten zien.

 

BEHANDELING VAN UITGEBROKEN DROES

Feitelijk is er helaas niet heel veel te doen bij een droesinfectie maar een goede zorg is noodzakelijk. Besmette dieren dienen direct geïsoleerd te worden en zorg voor voldoende (zacht) voer en vers drinkwater. Laat de abcessen voldoende rijpen zodat ze doorbreken of geopend kunnen worden. Daarna zullen de meeste abcessen nog enkele dagen/weken gespoeld moeten blijven worden. LET OP: pus en spoelsel bevatten veel bacterien en zijn dus erg besmettelijk!
Bij hoge koorts kunnen er koortsremmers gegeven worden.
Zodra een paard besmet is kan het problemen krijgen met ademhalen en slikken, zodra de abcessen zijn opengebroken verdwijnen de ziekteverschijnselen meestal snel. Het doormaken van droes geeft helaas slechts een deel van de paarden een langdurige bescherming. LET OP: paarden vormen nog steeds een besmettingshaard tot minimaal 6 weken nadat de laatste pus of het laatste snot gezien is, en dienen dus zo lang nog in isolatie te blijven!!

In geval van dragerschap kunnen de luchtzakken gespoeld worden. Bij een luchtzakspoeling gaan we met een flexibele slang voorzien van een kleine camera in de luchtzakken van uw paard. Zo kunnen we zien of er daadwerkelijk pus aanwezig is en bovendien kunnen we de luchtzak direct gaan spoelen waarbij het spoelsel wordt opgevangen om getest te worden op het voorkomen van Streptococcus Equi spp Equi (de droesbacterie).
In het geval van dragerschap kan het voorkomen dat dieren meerdere keren gespoeld en getest moeten worden alvorens ze echt "schoon" zijn. Slechts in uitzonderlijke gevallen lukt het helaas niet dieren schoon te krijgen ondanks uitgebreid spoelen en antibiotica. De behandelingen kunnen in principe op stal plaatsvinden, vraag naar de voorwaarden.

In geval van een uitbraak op stal kan gebruik gemaakt worden van onderstaand protocollenschema om verdere verspreiding te voorkomen:

 

Bron: Informatiefolder MSD Animal Health Droes

 

COMPLICATIES BIJ ACTIEVE DROES

In enkele gevallen kunnen de volgende complicaties als gevolg van een droesbesmetting optreden: longontsteking, cornage, verslagen droes (abcessen door het hele lichaam) en purpura hemorrhagica of morbus maculosis. Deze laatsten zijn een soort allergische reactie op de bacterie.

 

VACCINATIE VOOR EEN ALGEMEEN MILDER VERLOOP

Vaccineren tegen droes kan worden overwogen voor een hogere bescherming. Wanneer alle paarden in de koppel of op stal worden gevaccineerd kan dit de infectiedruk verlagen waardoor er slechts weinig en mildere symptomen zullen optreden bij een uitbraak. Naast een basisenting dient een droesenting echter vaak herhaald te worden, elke 3 tot 6 maanden. Indien u enten overweegt kunt u contact met ons opnemen zodat wij de voors,- en tegens voor u op een rijtje zetten.

 

VERDERE PREVENTIE TEGEN DROES

Naast eventuele droesvaccinatie gelden uiteraard algemene regels om besmetting van infectieziekten te voorkomen. Denk hierbij aan een goede stalhygiene, laat paarden niet aan elkaar neuzen, gebruik eigen drinkbakken/emmers ook op concours en blijf zo veel mogelijk van andermans paarden af.

 

MET ISOLATIE KUNNEN VEEL PROBLEMEN OPGEVANGEN WORDEN

Ook raden wij aan nieuwe paarden op stal minimaal 2 tot 3 weken apart te zetten van de rest. Tijdens deze weken van quarantaine kan dagelijks gemonitord worden of het paard symptomen gaat ontwikkelen van een mogelijke virale of bacteriele infectie.

Een definitieve verhuizing, de weg moeten vinden in een nieuwe kudde, met ander voer, nieuwe omgeving enz. Dat kan een hoog stressniveau veroorzaken en dan komen virussen en bacterieen gewoon sneller naar boven drijven.  

Veel mensen vinden isolatie zielig of gedoe, dus willen ze als nieuwkomer liever gewoon gelijk de groep in. Dat kan ook, maar het is in de praktijk wel erg vaak de oorzaak van verdere onnodige problemen. Met alle begrip voor praktische zaken, als paardenarts kunnen we directe groepsopname daarom niet aanbevelen.

 

DROES DRAGERS OPSPOREN

De eerste stap voor het opsporen van dragers gebeurt door middel van bloedonderzoek. Hierbij wordt gekeken of het paard antistoffen tegen de bacterie in het bloed heeft; zo nee dan is de kans wat kleiner. Zo ja, dan heeft het paard óf onlangs een droesinfectie doorgemaakt óf we hebben te maken met een drager.

Een zwaardere maar meer zekere stap is een luchtzakspoeling. Hierbij kijken we met een camera in de luchtzak naar aanwijzingen (pus of "stenen") en spoelen we direct de luchtzak schoon waarbij het spoelsel wordt opgevangen en getest op aanwezigheid van de bacterie (zie ook behandeling). Indien deze test positief is, hebben we te maken met een drager.

Een drager behandelen is zeker niet alleen voor het belang van de groep. Dragers worden vaak kwakkelaars, niet fit te krijgen of lang fit te houden. Een camera onderzoekje, geeft met regelmaat een waterdichte, meestal heel goed behandelbare verklaring. 

Een drager behandelen is een intensief traject, met bijna altijd positieve uitkomst. Slechts incidenteel zijn de stenen pus in de luchtzak zo groot, dat ze lastig of niet meer weg te spoelen zijn.

 

VERANDERINGEN IN DE HOUDERIJ

Vroeger stonden paarden vooral aan huis en had men er gemiddeld twee of drie. Ieder paard had ook een stal. Dat beeld is niet achterhaald, maar we er wel veel meer afwijkingen op.

Volwassen paarden staan tegenwoordig minder vaak aan huis, er is veel meer paardenverkeer tussen grotere stallen en er is niet altijd een stal.

Er is meer aandacht ontstaan voor het belang van sociaal contact tussen paarden. Dat is fijn, want paarden hebben behoefte aan vriendschap.

Echter, bij dit soort veranderingen krijgen alle besmettelijke ziektes steeds grotere kansen, terwijl er juist voor deze ziekten geen klare medicijnen zijn. Medisch zijn er meerdere redenen, om toch vooral ook afgescheiden groepen in de groep te blijven vormen. Denk zeker ook aan de kwetsbaarheid van jonge veulens voor infectieziekten. Maar ook aan verschillende behoeften qua voeding, die heel verschillende typen paarden nu eenmaal hebben. 

Uiteraard begrijpen we dat de medische component niet de enige factor voor welzijn is, maar dat medische problemen aandacht kan gaan afdwingen is heel duidelijk. 

Veranderingen in de houderij, de mazzel en pechfactor, de wens een paard fit in de sport te houden enzovoorts. De behoefte aan beheersing van droes zal zo ook per stal sterk verschillend zijn, net zoals het risico bij uitbraak en de preventiemaatregelen sterk zullen kunnen verschillen.

 

OOK DE VOORLICHTINGSAVOND ZAL IEDERE KEER ANDERS ZIJN

Iedere situatie is anders. Mensen hebben al dan niet al ervaring met droes enzovoorts. Bij veel vragen tijdens een uitbraak kunnen we een informatie avond organiseren, zodat iedereen op stal weet waar hij of zij aan toe is en wat er gedaan kan worden. Dit werkt vaak heel goed.

 

ALLE BEGELEIDING, OPTIMAAL MOBIEL

We kunnen gerust zeggen dat onze praktijk zowel bij de preventie als bij een uitbraak van droes alle mogelijke begeleiding kunnen bieden en optimaal mobiel kunnen werken.

Welke begeleiding of behandeling exact wenselijk is, bepalen eigenaren uiteraard zelf.

De praktische omstandigheden zijn overal anders, dit maakt droes nooit helemaal een standaard verhaal. Per stal is het erg verschillend wat haalbaar is ter voorkoming van onderlinge verspreiding en daarom kan ook de behoefte aan maatregelen sterk verschillen.