Close Menu
Spoed? Bel 06 55 37 00 00 Op spoednummer geen APP/SMS (doorgeschakeld)
Geen spoed? Bel dan tijdens spreekuur
Ma t/m vr van 8.00 - 9.00 uur: 0252-534340

Kreupelheid en onregelmatigheid

Uitleg over kreupelheidsonderzoek

Een kreupelheidsonderzoek kan op de stal van het paard of op onze praktijk in Zwaanshoek. De meeste kreupelheidsonderzoeken voeren we uit op de praktijk, die daar uiteraard ook echt optimaal voor ingericht is. Maar bij aanwezigheid van goede omstandigheden doen we dit onderzoek ook op stal. Voor een kreupelheidsonderzoek of nabehandeling op locatie is onze werkregio ruwweg het zuidelijke deel van Noord-Holland en het noordelijk deel van Zuid-Holland.

Bij kreupelheid of andere bewegingsproblemen kan het al vrij snel belangrijk zijn een verder gespecialiseerd paardenarts in te schakelen. Als tweedelijns praktijk hebben we erg veel extra doorgeleerd op dit gebied, we kunnen voor gebiedsbepaling van pijn op maximale scherpte gaan en hebben kennis van rontgen en echografie en alle mogelijke behandelingen heel sterk geoptimaliseerd.

Als eigenaar zie je natuurlijk heel graag dat je paard blij en pijnvrij staat en gaat! Daarom doen we bij paarden veel kreupelheidsonderzoeken, bij voorkeur in vroeg stadium want dan hebben we de hoogste kansen op herstel.

 

kreupel paard

 

SOORTEN KREUPELHEDEN

Bij een kreupelheidsonderzoek gaan we uiteraard kijken wat er loos is en zoeken we naar de behandelaanpak die paard de hoogste herstelkansen kan geven. Deze is sterk afhankelijk hangt van het exacte probleem van het paard.

Kreupelheid of onregelmatigheid is een breed begrip. We onderscheiden 3 soorten kreupelheden.

  • Beenproblemen. Dan is er dus een been dat problemen geeft, bij het landen of de afzet of een beweging niet goed kan maken.
  • Toplijnproblemen. Dan gaat het bijvoorbeeld over de wervelkolom en het SI gewricht of over ligamenten in de toplijn.
  • Combinatieproblemen. Dan is er bijvoorbeeld last van 2 benen of van de hals en een voorbeen of SI en een achterbeen enzovoorts. 

Omdat de exacte aard van de kreupelheid veel invloed krijgt op de prognose maar zeker ook de exacte opzet van behandelingen, willen we ieder paard opnieuw, uiteraard eerst zo goed mogelijk in het juiste vakje plaatsen.

 

soorten kreupelheid

 

GEBIED DIREKT DUIDELIJK

Er zijn natuurlijk beenproblemen waarbij we direct zien of voelen in welk gebied een probleem aan de binnenkant zit. Denk aan een paard dat bijvoorbeeld een grote dikke hak ontwikkelde na een trap van een ander paard. Grotere verandering in de beenzetting bij bijvoorbeeld forse breuk of bevangenheid, of een grote nieuwe zwelling op een been na een verkeerde draai. In al dit soort gevallen weten we natuurlijk ook direct, waar we in het been beelden moeten gaan maken. De therapie hangt af van dat beeld en de overige omstandigheden.

GEBIED NIET DIREKT DUIDELIJK

Het kan ook zo zijn dat het paard net niet als atijd loopt of staakt, terwijl er nergens aan de buitenkant op benen nergens iets nieuws te zien of voelen is. Dan is een paard geen patient die een goede mondelinge toelichting gaat geven. Zo verteld hij niet dat hij tijdens beweging een rare draai maakte en sindsdien soms toch een klein beetje irritatie voelt. Of dat hij pijn bij beweging in een pees of bot heeft.

Dan maar alles op de foto zetten? Bij kreupelheidsonderzoek gaat niet om het vinden van alle mogelijke afwijkingen, want een paard hoeft niet van iedere afwijking actief last te hebben. Alle mogelijke bandjes op de echo zetten is bovendien ondoenlijk en wordt erg kostbaar.

Het doel is oplossing van daadwerkelijke pijn en irritatie bij beweging, om waar mogelijk te voorkomen dat problemen gaan cumuleren. We hebben bij kreupelheidonderzoek dus een breder doel. Een kreupelheidsonderzoek kan daarom simpelweg op enig moment opeens veel moeilijker worden, dan bijvoorbeeld alleen een uitgebreide aankoopkeuring moeten uit voeren.

Wat dan altijd de allerbelangrijkste stap in de procesvolgorde is, is de juiste gebiedsbepaling. Te zoeken waar het paard daadwerkelijk last heeft en op reageert. Want het heeft geen zin op een beeld iets afwijkends te vinden, dat het paard al jaren heeft en waar het nooit last van had. Bij kreupelheid zoeken we daadwerkelijk naar de reden waarom het paard nu wel last heeft en afwijkingen geeft.  Want het moet nog blijken of we daar iets aan kunnen veranderen en zo ja, hoe wat dat moeten doen.

Pas daarna zal dan gezocht worden aan de binnenkant. Wij leerden via veel nascholing het maximale vast te kunnen stellen met rontgen en echografie. Als dat in een gebied niet toereikend wordt is beeldvorming alleen nog mogelijk via veel duurdere apparatuur uit de derdelijn. Gelukkig kunnen we via goede toepassing van rontgen en echo in 95% van de gevallen de diagnose al volledig maken.

 

INTERACTIE BEEN EN TOPLIJNPROBLEMEN

We zien ook dat wervelkolomproblemen, SI of schouder zelfstandig leiden tot verandering in beweging in de beenzetting. Ze vormen dan primaire oorzaak van bewegingsveranderingen, maar moeten dan natuurlijk niet in het been onderzocht of behandeld worden.

Ook het omgekeerde zien we veel. Als het paard bewust de plaatsing subtiel gaat veranderen tijdens beweging omdat het pijn ervaart, geeft dat een veel sterkere druk op het hele mechanisme, omdat het niet alleen aan het compenseren maar zelfs actief aan het bijsturen is. Zo is het bij diverse toplijnen toch ook weer zeer belangrijk om pijn in benen goed uit te sluiten.

Interactie wordt vaak onderschat. Bij milde pijn in een pees in het achterbeen, dan kan het SI gewricht last gaan geven, het zadel kan opeens scheef gaan, er is geen constante aanleuning enz. Het paard heeft zijn namelijk zijn hele systeem nodig om tijdens beweging de landing en afzet subtiel bij te sturen en ontwikkeld veel extra stress in het lichaam. Het paard kan zeker ook louter SI klachten hebben, dat is zeker iets om aan te pakken want geeft bij bepaalde vormen van training weer hogere kans op cumulatie van problemen.

Voor behandeling maken we een indeling in ernstige verstoringen en minder ernstige verstoringen. In welke groep de verstoringen valt, hangt af van de mate waarin het lichaam nog kan gaan herstellen. We zien veel liever pijnlijke spieren dan schade in pezen.

 

COMBINATIEPROBLEMEN

Het wordt vaak onderschat, maar we zien vaak dat er bij kreupelheid zeker ook combinatieproblemen zijn. Tussen toplijn en beenproblemen, maar zeker ook tussen beenproblemen.

Het ene been doet soms een klein beetje pijn, maar paarden bewegen veel dus het andere wordt iets anders neergezet en raakt overbelast. Bij behandeling en revalidatie is het erg belangrijk weten wat het dominante pijnbeen is.

Zodra een paard in twee voorbenen pijn heeft, denken veel mensen gewoon dat het paard een beetje stijf of scheef is. Het paard hinkt niet maar zet zich vast. Dan worden we gevraagd om rugfoto's te maken maar dat heeft natuurlijk geen zin. Als je daar een klein dingetje of zelfs niets ziet is de klacht nog niet opgelost.

De totale beweging van het paard zegt veel meer dan alleen palpatie of een rontgenfoto en is dus heel belangrijk om te onderzoeken.  

 

HET HOGERE DOEL VAN KREUPELHEIDSONDERZOEK

Natuurlijk is het het beste voor het paard zijn gezondheid, als het veel en dan pijnvrij kan bewegen. Dus dat willen we zo lang mogelijk mogelijk maken. Vervolgens zien we namelijk ook dat een paard 23 uur per dag op zijn benen staan. Ook een oud paard zal dus voldoende gezond weefsel moeten hebben om het leuk te gaan houden.

In alle gevallen wil iedereen graag hetzelfde weten. Kunnen we nog een fijnere toekomst maken voor het paard en zo ja, hoe geven we het paard dan de hoogste kansen op totaal herstel of wellicht voldoende herstel om een heel leuk leven te blijven leiden?

Mocht er sprake zijn van combinatie in klachten, dan kan dat slecht en maar ook goed nieuws zijn. Het is in ieder geval voor iedere revalidatie aanpak belangrijke informatie, omdat de behandeling dan toch heel anders kan worden.


ONDERDELEN IN EEN KREUPELHEIDSONDERZOEK

We onderscheiden daarom verschillende onderdelen in kreupelheidsonderzoeken.

  • Het vooronderzoek. Hieronder verstaan we onderzoek van buitenaf, dus manueel onderzoek en bewegingsonderzoek. Het doel van bewegingsonderzoek is effiency in gebruik van andere apparatuur maar zeker ook meer te weten te komen over de eventuele hele milde of combinaties in klachten.
  • Beeldvorming. Dan kijken we dus echt via apparatuur aan de binnenkant van het paard. In sommige gevallen (trauma door externe reden, groot trauma enz) is het dus direct duidelijk waar we beeldvorming gaan doen. Is dat niet het geval, dan is het beter kreupelheidsonderzoek met vooronderzoek (bewegingsonderzoek) te laten starten.
  • Actieplan. Dit is het laatste onderdeel, het opstellen van een passend actieplan, rekening houdende met het gehele paard, de houderssituatie en wat we gevonden hebben.

 

kreupel paard

 

KENNIS EN ERVARING VOOR KREUPELHEIDSONDERZOEKEN

In onze tak van sport moeten vooronderzoek en onderzoeken met dure apparatuur veelal direkt betaald worden door de eigenaar. Dus het is logisch dat eigenaren voorkeur hebben voor efficiency. Een dierenarts moet dus na zijn studie diergeneeskunde echt veel extra dingen bijleren, om praktisch goed in orthopedie te worden.

Op het gebied van vooronderzoek (manueel onderzoek en bewegingsonderzoek) past Hans de allernieuwste methoden steeds zo goed mogelijk toe. Zo vaak mogelijk paarden goed beoordelen vinden wij heel belangrijk onderdeel. Hij heeft meer dan 15 jaar ervaring in zoeken via verdovingen. Voor manueel onderzoek heeft hij veel techniek en ervaring in zijn handen. Hij behoort ook inmiddels tot de koplopers in het praktisch gebruik van Equimoves sensoren technologie en volgde EGAS. Kortom, alle ontwikkelingen om beter onderscheid te maken, volgen we uitgebreid en nauwkeurig.

Voor medisch onderzoek, maximale beeldvorming met echo en rontgen, heeft Hans meerdere cursussen gedaan, waaronder alle modules van Iselp. Iselp staat voor International Society of Equine Locomotor Pathology. Dit is een extra opleiding tot paarden orthopeed van 8 modules waar een arts enige jaren mee bezig is. Iselp modules gaan ook niet alleen over alle mogelijke beenproblemen, maar zeker ook over pure toplijnproblemen bij paarden.

Hans kan dus niet alleen "een echo" of "een foto" maken maar alle mogelijke echo en rontgen onderzoeken op alle plaatsen doen en aqequaat blijven beoordelen. Dat is belangrijk, maar we hebben al uitgelegd waarom vooronderzoek volgens ons dus net zo belangrijk is. 

Er zijn in de loop der jaren op deelgebieden (zoals bijvoorbeeld pezen, SI gewricht, hals enz) steeds effectievere behandelmethoden gekomen, maar succes van behandelingen gaat en staat met completer vooronderzoek en bij voorkeur tijdige toepassing.

 

BEWEGINGSONDERZOEK

Bij gebrek aan het bestaan van volledige toverformules blijft het voorlopig toch echt de combinatie van verbetering in vooronderzoek en voldoende kennis bij beeldvorming, waarmee we de rol van orthopedisch onderzoek praktisch naar een nog hoger en voor paardeneigenaren meer waardevol niveau kunnen tillen.

Moderne ontwikkelingen zoals EquiMoves (7 sensoren) en EGAS en combinatie van lokale verdovingen en gedegen kennis van beeldvorming draagt bij iets complexere bewegingsonderzoeken waarbij het gebied niet direct zichtbaar is, niet alleen bij aan efficiency en juistheid van apparatuurgebruik maar zeker ook aan beter starten van revalidatieplannen.

We hechten heel veel waarde aan het grondiger begrijpen van de onderliggende oorzaken van blessures en werken hier dus ook logischerwijs graag heel concreet en hard aan. Het blootleggen van iedere mogelijke interactie is dus ook al volledig geintegreerd in onze werkwijzen.  

In vergelijking tot humane orthopedie, is het vooronderzoek, het bewegingsonderzoek, bij paarden echt een bijzonder stukje. Daarom lichten we dit stukje onderzoek wat uitgebreider toe.

 

MOGELIJKE ONDERDELEN BIJ VOORONDERZOEK

 

kreupel paard

 

Als het paardenlichaam nog niet direct een heldere indicatie geeft waar problemen zitten, is vooronderzoek de eerste route. Maar vooronderzoek kan afhankelijk van de klacht dus ook weer heel verschillend zijn.

Het begint met uw informatie! Hou veranderingen goed bij. Schrijf veranderingen op, maak beeldmateriaal, want soms helpt dit ons echt sneller een completer plaatje te krijgen. Afhankelijk van de exacte klacht en de informatie, plakken we de onderdelen in de meest logische volgorde en we kunnen deze volgorde op ieder moment bij sturen. 

We zijn sterk in manueel onderzoek. We gebruiken hier primair onze ervaring als kreupelheidsarts maar zeker ook onze ervaring als osteopaath, om te voelen of alles in het lichaam wel normaal kan bewegen.

Via onze rol als kreupelheidsarts en vullen we informatie aan met bewegingsonderzoek. Bij enige twijfel of er land en afzetproblemen zijn, gaan wij werken met verdovingen. Zij vormen een zeer krachtig middel. Als een paard na lokale verdoving op een bepaalde plaats in een been opeens beduidend beter gaat lopen, dan zegt dat natuurlijk echt wel iets.

Als nodig, kunnen we via EquiMoves sensoren reactie op een lokale verdoving nog scherper waarnemen. Is bewegingsherstel goed genoeg als we de pijn ergens of op meerdere plaatsen weg nemen? Omdat dit relatief nieuw onderdeel bij bewegingsonderzoek is, staat onder deze link nog meer informatie over hoe apparatuur van EquiMoves werkt. Bij EquiMoves kijkt een uitermate scherp en objectief oog met ons mee.

Sommige paarden geven met name sterkere problemen tijdens het rijden ervaren onder belasting van de rug. Dan vergroten ze problemen. Daarom kunnen we vragen om zadel en hoofdstel mee te nemen, zodat we kunnen zien wat er wanneer gebeurt. Behalve effect gewicht bekijken, kunnen we eventuele mogelijke tekortkomingen in zadelfunctie heel goed herkennen. Er is op de praktijklocatie veel ervaring aanwezig met mogelijke interactieproblem zadel-paard-ruiter.

Wij hebben alle benodigde kennis en vaardigheden uit disciplines heel dicht bij elkaar gewerkt maar dat wil dus zeker niet zeggen dat we alles gaan toe passen. We passen alleen iets toe, als we denken dat ons sneller bij ons doel brengt.

 

TE SNEL HET DOEL VOORBIJ

Sommige mensen vinden goed vooronderzoek bij klachten onzin en geven ons opdrachten rontgen te maken "waar zij denken dat iets zit". Ook zijn er artsen die lukraak gewrichten in spuiten waar ze "denken" dat er mogelijk iets zit. Of spuiten gewoon vier kogels in, dan is er 1 misschien raak.

Dat lijkt dan nog efficienter. Het lijkt bijna uberslim.

Bijna.

Door lukraak direct gebruik van apparatuur en lukraak prikken, schiet je als eigenaar soms letterlijk het doel totaal voorbij. Dit soort paarden staan namelijk altijd na enige tijd alsnog bij iemand die wel goed onderzoek moet doen. Voor een eigenaar die op iets langere termijn aan de gezondheid van zijn paard denkt, is een dergelijke aanpak dus helemaal niet zo slim.

De kosten van goed vooronderzoek zijn relatief laag. Ze worden zelfs zeer laag als we ze gaan af zetten tegen alle mogelijke nadelen van lukraak beeldvorming en verkeerde of halve behandel- en revalidatieplannen.

Wij spuiten zeker paarden in en maken bij hardere vermoedens dus zeker ook direct beeldmateriaal, maar bij enige twijfel hopen we ook dat eigenaren begrijpen dat completer bewegingsonderzoek zich in praktijk wel heel vaak verdient.

 

ONDERZOEK RECHTE LIJNEN EN VOLTES

Heef u nog nooit een bewegingsonderzoek meegemaakt, dan lichten we hieronder de inrichting van een bewegingsonderzoek nog wat verder toe.

Gaan we bewegingsonderzoek zonder ruiter doen, dan is belangrijk onderdeel het "monsteren" van het paard. Hierbij laten we het paard op een verharde rechte baan heen en weer stappen en draven. Bepaalde blessures zien we beter op de rechte lijn. Bij buigproeven geven we gedoseerd enige druk op een gebied om te bepalen of dit invloed op de gang heeft. We kunnen het paard ook extra functietesten laten doen en kijken naar de reactie.

Vervolgens kunnen we de bewegingen en gangen aan de longeerlijn op zowel een zachte als een harde volte bekijken. Het longeren op een volte geeft ons een veel gedetailleerder beeld van de manier van bewegen van de wervelkolom. We gebruiken een zachte (zand)volte omdat het paard dan meer kracht nodig heeft om te bewegen en het buitenbeen moet relatief langer en verder opgetild worden, een grotere bewegingsslag maken. We kijken of het paard deze beweging voldoende kan afmaken of verkort. Op de zachte volte beoordelen we tevens de rug- en het halsgebruik weer.

Op de harde volte moet het paard juist de ondervoet van het binnenvoorbeen zwaarder belasten, bekeken wordt dan in hoeverre dit (extra) problemen geeft. Een harde volte waar het paard echt goed op kan draven is naast een goede zachte ondergrond essentieel voor correct onderzoek. Onze voorkeur gaat daarom ook uit naar een niet al te grote, goed omheinde harde volte die wat steun biedt. Het grote voordeel is dat de hals/hoofdhouding voortdurend goed vrijgelaten kan blijven terwijl het paard zoveel mogelijk op een constante lijn loopt.

 

DE BELANGRIJKE ROL VAN VERDOVINGEN

Wordt een been echt verdacht van pijnlijkheid, dan willen we dat heel duidelijk hebben. Per zenuw verdoven we vrij nauwkeurig een specifiek gebied en kijken we of er reactie komt.

Al vrij snel nadat een verdoving rondom een zenuw is gezet is het gevoel (de pijn) in het overeenkomstige gebied minder of zelfs verdwenen. Je kunt het verdoven zien als het doorknippen van kleine stukjes elektrakabel, waarmee we onderaan beginnen. Indien het paard geen verbetering laat zien op de eerste/onderste verdoving, werken we langzaam op naar boven. Er kunnen 3-4 niveau’s op een dag geplaatst worden.

Als de verdoving is ingewerkt, wordt het paard weer in beweging gezet. Als na locale verdoving in een been concrete voldoende grote verbetering in beweging van de wervelkolom volgt, dan zegt dat iets over de plaats waar de pijn zit en dus waar we beeldvorming kunnen doen. Als een milde kreupelheid bijvoorbeeld uit een hals komt en leidt tot afwijkend gebruik van een been maar totaal niet reageert op verdoving in dat been, toont dat ook iets met hogere zekerheid aan.

 

GEDEGEN INTERNE BEELDVORMING

Indien gewenst kunnen we na pijnbepaling kijken wat er binnen het paard aan de hand is. Over het algemeen geldt dat voor harde delen als botten en gewrichten de rontgen meer geschikt is. Voor zachte weefsels als spieren, pezen, banden en kapsels de echo.

Gelukkig is slechts in uitzonderlijke gevallen nog zwaardere apparatuur nodig. Alleen in enkele gevallen is na goed onderzoek de plek zeer duidelijk en wordt het wenselijk deze plaats daarna nog gedetailleerder van binnen te gaan bekijken met andere apparatuur zoals CT of MRI en daarbij ook de kennis van een universitair specialist in te schakelen. Als we echt verwachten dat aanvullende beelden in het aangetoonde probleemgebied iets bloot kan gaan leggen, dat kan leiden tot echte veranderingen in de behandelroute, stellen we verdere beeldvorming uiteraard aan u voor. Dit aanvullend onderzoek betekent wel per defintie duur extra onderzoek.

De reden dit soort verder aanvullende onderzoeken alleen uit te laten voeren als dat past bij uitkomsten uit gedegen vooronderzoek, is hierboven al beschreven. Ook een duur MRI onderzoek kan een half onderzoek zijn, als over het hoofd gezien werd dat er nog een ander been kreupel is. Dan wordt de prognose ook totaal anders.

 

VOORTDUREND UITBREIDINGEN KENNIS EN KUNDE BIJ KREUPELHEID

We werken er al vele jaren praktisch naar toe, om echt op alle onderdelen in het onderzoek een hoge performance en objectiviteit neer te kunnen zetten.Uiteraard geven we dus ook alle medische behandelingen zoals mesotherapie, shockwave, USGI, PRP, IRAP, tildren en stamcel. Meer informatie over deze behandelingen staat in het menu onder het kopje "motoriek".

Het werken met een sensorenonderzoeksysteem met onder andere een schoftsensor, is relatief nog een nieuwe ontwikkeling. EquiMoves geeft thans bergen informatie en wordt nog verder doorontwikkeld op het gebied van gebruiksvriendelijkheid, maar inmiddels kunnen wij hier al steeds beter mee "lezen en schrijven". Het heeft zo bij ons reeds bij veel onderzoeken een goede positieve bijdrage bewezen.

Via onze totale ondergrond in kennis, kunnen we in 95% van de gevallen op uiterst efficiente wijze de pijn gaan aan wijzen en waar mogelijk behandelen. De overige 5% van de eigenaren krijgt de keuze zich voor nog verder specialistisch onderzoek te wenden tot een van de weinige universitair specialisten in Nederland of Duitsland. Maar dat kan dan echt niet anders.

 

OOK UW VOORBEREIDING KAN EEN VERSCHIL BETEKENEN

We werken dus al jarenlang heel hard aan de kunst kreupelheidsonderzoeken niet groter te gaan maken dan ze moeten zijn, maar zeker ook niet kleiner dan voor een goede aanpakbepaling handig is.

  • Zeker bij het vinden van mildere kreupelheden kan uw voorbereiding ook verschil gaan maken! Het helpt zeker, als de verzorger of ruiter goed bijhoudt, welke veranderingen en klachten eventueel te zien waren. Wanneer reageert het paard anders? Wat heeft u de vorige dagen gedaan enz.
  • Wees alert bij het op zadelen op kleine wijzigingen in het zadelgebied en schrijf veranderingen en historie op. De oorzaak van schuiven met zadels kan zeker ook bij het paard vandaan komen.
  • Is het paard ook al elders onderzocht en zijn er bijvoorbeeld oude beelden, dan kunnen wij die gegevens helaas niet voor je opvragen. Gegevens zijn namelijk altijd eigendom van de opdrachtgever van dat onderzoek. Is dit van toepassing, dan kun je de gegevens zelf wel op vragen en naar ons laten doorsturen.
  • In het algemeen geldt dat de laatste onderzoekend dierenarts het meestal wat makkelijker heeft, als de eerste. De kreupelheid kan duidelijker geworden zijn of er zijn bepaalde andere dingen al goed uitgesloten, waardoor het verdere onderzoek direct weer gerichter kan zijn.
  • Geef het paard nooit pijnstillers, vlak voor een kreupelheidsonderzoek.

 

MOBIEL KREUPELHEIDSONDERZOEK?

  • Bijna alle kreupelheidsonderzoek kan mobiel worden gedaan, maar niet alle kreupelheidsonderzoek wil je graag mobiel laten uit voeren.
  • Als veel vooronderzoek nodig is, zijn zeer goede werkomstandigheden (kwaliteit en volledige beschikbaarheid voltes en monsterbaan) echt heel belangrijk voor kwaliteit en voortgang in het totale traject.
  • Bij mogelijke beeldvorming bij hals- en rugproblematiek vinden wij het gebruik van mobiele apparatuur onhandig, omdat alle (!) mogelijke thans op de markt beschikbare mobiele röntgenapparatuur nog steeds veel minder sterk is als onze praktijkapparatuur. Halve foto's moeten gebruiken is echt niet handig, als we voor diagnose ook hele foto's kunnen gebruiken, want op halve foto's missen we wel degelijk informatie die we liever niet missen. We kunnen niet alles oplossen met echobeeld.
  • Er moet rust zijn tijdens ons werk. Soms praten we even weinig tijdens het werk, dat is niet omdat we saai zijn, maar simpelweg omdat dat momenten zijn dat we ons echt moeten concentreren op het paard.

Kortom, er zijn genoeg situaties, waarbij op de praktijk staan, een stuk kwaliteitsbeheersing is.

 

HOE LANG DUURT EEN KREUPELHEIDSONDERZOEK?

Dit is natuurlijk sterk afhankelijk van de onderdelen. Bij kreupelheidsonderzoek met zeer duidelijke indicaties, kan het vooronderzoek dus heel kort zijn. Zijn deze vager, dan is vooronderzoek nodig om efficiency en effectiviteit te bewaken. Maar dan kan soms de beeldvorming korter duren.

Meestal plannen we een uur of twee uur in. Waar mogelijk ronden we het onderzoek altijd dezelfde dag af, bij ons gaat niet om vijf uur het hek dicht.

Alleen als het kwaliteit omhoog kan drukken kunnen we soms dus voorstellen even korte pauze in te lassen. Slechts incidenteel zullen we het totale kreupelheidsonderzoek gaan verdelen over twee dagen, om onderzoek echt helemaal goed af te ronden. Daar kunnen twee redenen voor zijn:

  1. Het paard begint stijf maar gaat in de loop van het onderzoek heel snel beter lopen. Als dat blijkt, kunnen we besluiten de volgende dag direct specifieker op een plek voor en na reactie verdoving te gaan beoordelen. Op de praktijk zijn wachtboxen of we rijden naar stal.
  2. Een andere situatie kan zijn, dat het niet altijd voldoende scherp werkt, om na een verdoving direct exact dat zelfde gebied via echo te onderzoeken. Die exactere beeldvorming is wel belangrijk, want bij blessures willen we graag een volledig totaal scherpe beginopname hebben, omdat deze als referentiepunt dient.

Als we het niet kunnen af ronden is er de keuze het paard op onze kliniek een nachtje te laten logeren in een hele grote, schone wachtbox. Wat we in praktijk ook vaak doen, is een eventueel laatste gedeelte via mobiele echografie op stal, mits de omstandigheden op stal daar natuurlijk goed voor zijn.

 

VERDER BEHANDELEN KAN MEESTAL OP STAL

Volgen er nog eventuele nabehandelingen met injecties dan kunnen deze meestal ook mobiel, gewoon op stal, gegeven worden. Echter, bij stamcel en PRP injecties injecties werken we zelden mobiel, want bij hoge nauwkeurigheid is een absoluut stil staan in een stand, twee tochtvrije kamers naast elkaar in verband met het klaarmaken van PRP en geen storing van buitenaf, geen overdadige luxe. Ook bij shockwave werken we niet mobiel.

Alle overige vervolgonderzoeken en behandelingen kunnen wel mobiel. Een tweede of derde echo om een bestaande blessure te monitoren, doen we vaak wel weer gewoon op stal.

Waar volledig noodzakelijk, kan bijna alles mobiel. Maar we bewaken voor je, dat dit nooit ten koste gaat van de veiligheid, kwaliteit en nauwkeurigheid.

 

VERDERE ZORG

Naast therapie en/of een eventueel revalidatietraject zijn soms aanvullende maatregelen nodig ter verbetering van de belasting, te denken valt aan bijvoorbeeld specifiek beslag of frequenter of niet iets anders hoefonderhoud.

Wij hebben gelukkig genoeg hele goede smeden en hoefverzorgers in de buurt.

Ijzers kunnen ons niet altijs maar soms wel degelijk tijdelijk helpen belasting te veranderen. Je hoeft wat ons betreft bij een blessure dus zeker niet altijd gelijk een ijzer of naar een andere smid, als je zelf al een goede smid hebt. Als je eigen hoefsmid alle ervaring heeft met speciaal beslag kan deze direct contact met ons opnemen zodat we de bevindingen en een eventueel specifiekere aanpak rechtstreeks kunnen doorspreken.

Door de volledigheid in onze achtergrond met paarden kunnen we met uw andere helpers zoals uw manueel therapeut, instructeur of zadelmaker, inhoudelijk goed op niveau overleggen, om samen het paard weer zo goed mogelijk op weg helpen.

We hopen dat via deze pagina duidelijk geworden is uit welke elementen kreupelheidsonderzoek kan bestaan en waarom het ene kreupelheidsonderzoek een half uur duurt en het andere wat langer.

 

HET LEVENDE PAARD ONDERSTEUNEN

Snijden we karkassen van kreupele paarden open, op zoek naar alle afwijkigen, dan is er altijd iets te vinden. Ook als we gezonde paarden open snjden, dan zullen we bijna in ieder paard enige afwijkingen gaan vinden. Dat is bij mensen echt niet anders. Veel blessures herstellen zich ook helemaal niet totaal.

Echter, langdurig pijn bij lopen krijgen of een verborgen of stil geworden afwijking waar je geen of bijna geen last meer van hebt, is niet hetzelfde. Bij kreupelheidsonderzoek leeft de patient en gaat het om de vraag of en hoe we beweging dermate kunnen optimaliseren of kunnen normaliseren, dat het zo lang mogelijk een fijn normaal actief leven kan leiden.

De kennisgebieden zijn allebei heel nuttig, maar het ruime gebied kreupelheidsonderzoek praktisch zo goed mogelijk toepassen is echt lastiger te leren, dan leren karkassen open te snijden en abnormaliteiten te gaan zoeken. Simpelweg omdat we bij levende paarden zo goed mogelijk moeten leren werken met de middelen die we op dat moment hebben.

Zo goed mogelijk (samen)werken met de middelen die er zijn. Want dat kan ons wel degelijk verder brengen.

 

Goed kreupelheidsonderzoek