Praktijkinformatie

Erkenningen

Is letten op Erkenning belangrijk?

Bij humaan artsen is nascholing verplicht, maar bij dierenartsen is nascholing nog steeds vrijwillig.

Wel zijn er Erkenningsregisters, die nogal onbekend zijn, maar daarmee nog niet totaal irrelevant.

De vraag of  aanwezigheid van een Erkenning belangrijk is, kun je natuurlijk veel beter beantwoorden, als je weet wat een specifieke exact wel en niet inhoudt. 

Bij paarden is er de Erkenning Paardendierenartsen. Dit register werkt als educatieregister.  Een Erkend Paardendierenarts nam zelf afscheid van alle vrijwilligheid voor nascholing.

Tevens is van oudsher ook een Erkenning Keuringsarts. Dat is meer een volmacht registratie voor samenwerking met verzekeraars.

Zo zie je gelijk dat de term Erkenning leuk klinkt, maar het vooral gaat om wat ergens wel en niet in zit. 

Enige toelichting kan ze dus wel gebruiken, we gaan ze verder uit leggen!

Algemeen bevoegd of algemeen bekwaam ?

Een algemene dierenarts is na het afstuderen op de universiteit, algemeen bevoegd om alle dieren te behandelen. 

Maar niemand zal durven zeggen, algeheel bekwaam om alle onderzoeken en behandelingen uit te gaan voeren. 

Daar zijn vakgebieden, in de afgelopen jaren, veel te ver voor doorontwikkeld. Denk simpelweg maar even aan alle apparatuur die er gekomen is, waar artsen ook graag nuttig en maximaal correct mee willen werken. Ook kwamen er steeds meer behandelingen, waar we dieren mee kunnen helpen. Het vak is zo al vele jaren stap voor stap aan het uitbreiden. Om alles goed te doen, worden praktijken allereerst vaak verder ingedeeld in diersoortgebieden: kleine huisdieren, paarden, vee. De studie diergeneeskunde is en blijft de noodzakelijke brede basisstudie, waar men veel kennis over het lichaam en algemene principes gaat ontwikkelen. Een gedegen basis is natuurlijk altijd nodig. Een arts in wording, kan wel al wat diersoortgerichtere keuzevakken volgen. 

Maar tijdens de loopbaan zal meer gerichte verdieping per diersoort kunnen gaan plaatsvinden. Hoe diep, snel en in welke richting dat exact gaat, hangt ook van de werkplek en drijfveren en interesse van de arts af. 

Het beroep paardenarts wordt nog wel eens vergeleken  met de “huisarts” naast een “ziekenhuis”. Maar die vergelijking is niet heel treffend. Grote onderdelen van de ziekenhuisachtige onderzoeken en behandelingen gebeuren bij paarden op praktijklocaties maar zeker ook op stal, omdat reizen niet altijd in alle situaties voor alle paarden direct wenselijk is. De organisatie van kennis is anders, een arts is op de ene stal orthopeed en op de volgende stal scannen we of er een veulen op komst is. Paardenartsen zijn uiteindelijk echt veelzijdiger, maar dat gaat natuurlijk niet gelijk in een jaartje werken.   

Verdere organisatie van kennis!

Verder ontwikkelen en indelen tijdens werken in de praktijk is dus ook nodig. Dat gaat natuurlijk niet helemaal vanzelf. Wat een arts allemaal bij gaat leren hangt zeer sterk van de werkomstandigheden af en van de extra inspanningen en de duurzaamheid hier van. We leren eigenlijk verder via grote en kleinere vervolgcursussen maar zeker ook via ervaringen en uiteraard van samenwerken met collega’s, zeker als je dagelijks samenwerkt. 

Alle extra verworven kennisgebieden, hou je vervolgens graag up to date. Dat klinkt allemaal heel vanzelfsprekend, maar het is juist deze dagelijkse organisatie van kennis en kunde, waarmee we samen met eigenaren altijd optimaal voor een paard kunnen blijven bepalen, hoe hij of zij het beste geholpen kan worden. 

Waarbij in diergeneeskunde een eigenaar natuurlijk gaat bepalen, wat er daadwerkelijk gaat gebeuren.

De mooie opzet van de Erkenning Paardendierenarts

Nagenoeg alle extra scholingen voor paardenartsen, vallen onder de Erkenning. Het minimum voor het krijgen van persoonlijke Erkenning, is 5 cursus dagen per jaar per persoon. Meer mag, maar minder nooit. Het is dus zeker niet extreem veel om deze Erkenning te halen. Een arts kan na afstuderen ook snel Erkend worden. Dus de Erkenning zegt niet altijd veel over al extra opgebouwde kennis bij een persoon. Erkenning is echter voor een praktijk een heel belangrijk vervoermiddel voor het verzamelen van nieuwe kennis en geeft support aan de continue educatie. 

Een gebrek aan continuiteit in het kunnen halen van een minimum, kan op termijn veel betekenen. 

Tussen kennis uit bijvoorbeeld 0, 1 of 5 dagen bijscholing per jaar per persoon, zit na enige jaren al veel verschil. Want we gaan ervan uit dat iedereen op de werkplek ook dingen uit zoekt, dus Erkenning vormt overal extra verdieping.  

Zeker op praktijkbasis, met bijvoorbeeld zes erkende dierenartsen, is het jaarlijkse minimum al 30 dagen nascholing! Noem het minimum, er zijn artsen die hier vijftien jaar over gaan doen. 

Voeg Erkenning samen met grotere cursussen en meerdere artsen en er ontstaat op een praktijk een voortdurende informatiestroom. Als er ergens op een gebied waar we mee werken, iets nieuws is dat voor paarden praktisch beter lijkt te werken, horen wij dit zo dus ook vrij snel.  

Bij ons en ook bij meerdere andere praktijken, zijn er zeker ook jaren, dat we daar naast ook grotere cursussen volgen, dus we doen ook meer dan nodig voor de Erkenning. Meer mag in een jaar immers, alleen minder mag niet, want dan ga je uit het register. Een jaar veel meer mogen we ook niet meenemen naar het volgende jaar of jaren, die weg zit dicht. Want Erkenning gaat nu juist om het continue principe in ontwikkeling en ook om een stukje interactie met andere praktijken. Up to date denken en werken met de oude en nieuwe mogelijkheden die er zijn. Er zijn dus verschillende overleggroepjes tussen praktijken, met heel verschillende onderwerpen en iedere dierenarts zetten we dan graag in een ander groepje. Zo ontstaat dus ook heel veel aanvullend overleg en interactie met paardenartsen van andere praktijken en hun specialisten, die elkaar graag vooruit willen helpen als iets praktisch beter blijkt of lijkt te werken. Alle informatie gaat mee terug naar het thuisfront, daar zitten en werken we samen en bespreken we relevante dingen. 

Kortom: de Erkenning geeft wel ruimte aan grotere opleidingen maar zorgt er voor dat daar naast helemaal stil gaan zitten, vervolgens nooit de nieuwe atmosfeer wordt. 

Eenvoudig principe, hollen mag, maar daarna helemaal stil staan mag niet. 

De extra waarde van Erkenning wordt dus niet gevormd door een jaartje Erkenning, maar wel door aanwezigheid van een solide continue informatiestroom in praktijken. De we dan in de praktijk weer dagelijks zo dicht mogelijk bij elkaar zetten, zodat praktisch het meest logische geheel ontstaat. 

De erkenning is ook bepaald niet nieuw, maar al langer geleden ingevoerd om dat we een stroomversnelling aan ontwikkelingen in ons werk zagen komen, die stapsgewijs ook echt daadwerkelijk kwam. De vraag of een bestaande paardenpraktijk wel of niet voor Erkenning koos is niet de grote bekendheid van het register bij paardeneigenaren. Het blauwe lintje staat weliswaar leuk op het raam, maar je zult nu begrijpen dat dit achter de schermen gewoon gaat, over praktische organisatie van kennisontwikkeling.

De blauwe roset als keurmerk voor de Erkende Paardendierenarts
Keurmerk Erkende Paardendierenarts

Sinds wanneer zijn we Erkend Paardendierenarts?

Alle paardenartsen in vast dienstverband bij Paardendokters, zijn Erkend Paardendierenarts.

De algemene Erkenning Paardendierenarts staat al sinds 2004 met kleine letters in ons logo. 

Kleine letters, maar het belang groeide gewoon door. In de loop der jaren heeft alle praktisch gerichte nascholing bij elkaar, een zeer positieve impact, op de totale manier waarop we nu als team, het allemaal leuk vinden en bleven vinden, eigenaren steeds weer snel zo gericht mogelijk kunnen helpen! 

Wat is het verschil tussen een Paardenarts en Erkend paardenarts?

Een dierenarts kan zichzelf altijd paardenarts noemen, maar niet jarenlang Erkend paardenarts gaan noemen als die dat niet is. Of die relatieve achterstand altijd gelijk echt relevant is, hangt natuurlijk af wat een dierenarts exact in behandeling krijgt en neemt. Iedereen kan natuurlijk wel een prikje geven en anatomietermen gebruiken. Maar vervolgens wordt het uiteindelijk wel totaal verschillend, wat men met de factor tijd doet.

Zo zal de ene dierenarts na tien jaar al het mogelijke kunnen zien en beoordelen met een apparaat. De andere kan bij wijze van spreken vooral de knop “aan” vinden. Wat helemaal niet uit maakt, als iemand daar dan ook naar handelt. Dierenartsen moeten zich altijd aan hun persoonlijke grens willen en mogen (!) kunnen houden en samenwerken.  

Verreweg de meeste dierenartsen doen dat heel erg goed. 

Als een werkend paardenarts het minimum van 5 dagen nascholing per jaar steeds te hoog vindt, geen grote extra opleidingen volgt en geen fanatieke collega’s heeft en zo jarenlang werkt, dan ontstaan uiteindelijk echt stevige verschillen. Je kunt proberen het ontstane gat via een cursusje in te halen, maar je kunt je ook afvragen waarom een gat kon ontstaan. 

Niet alle oorzaken, zullen combineerbaar zijn. Zet gemakzucht en een inhoudelijke streber dagelijks naast elkaar, dan gaat dit in een praktijk vrij snel botsen. Zet het doel maximale winstmaximalisatie en een daadwerkelijk bevlogen arts die paarden graag wil helpen naast elkaar,  dan krijg je ook botsingen. 

Wij spreken uiteraard veel dierenartsen en dit zijn belangrijke factoren.

Uiteindelijk kan kennis en kunde veel zeggen, maar alleszeggend wordt het ook weer niet. Achter de schermen speelt bedrijfsorganisatie en intentie bij mensen uiteindelijk toch ook een hele grote rol. 

Wat zijn "lijnen" in paardengeneeskunde?

Vroeger was er een staldierenarts en kliniekdierenarts. Simpelweg omdat alle apparatuur niet mobiel was, was apparatuurgebruik gelijk kliniek. Manuele therapie en gebitsverzorgers waren geen artsen.

De opkomst van mobiele apparatuur en gewenste professionalisering, maar ook eigenaren die niet voor ieder wissewasje het paard in de trailer willen moeten vervoeren, gooiden dit gebouw om. 

Om paardengeneeskunde te begrijpen, wil je weten dat er nu nog altijd drie hoofdlijnen zijn.  

De eerstelijns hulp zijn alle mogelijke ziekten en spoedgevallen en wonden enz. Gebitsonderhoud is zo belangrijk dat het er bij getrokken is. 

Onder de tweedelijns hulp. Hieronder valt pijn door kreupelheid/in rug, hals, SI maar ook de inwendige problemen. Rontgenologie en echografie vallen onder deze lijn en zijn voor groot deel mobiel. Maar ook alle mogelijke ingrepen bij paarden die niet onder volledige narcose hoeven, maar onder staande sedatie.  Manuele therapie wordt hier ook gebruikt als onderzoek en zet in de goede richting, maar we werken hier ook samen met dierfysio’s die ook manuele therapie doen. 

Met twee heel sterk ingevulde lijnen kan een praktijk 95% van de hulpbehoefte van paardeneigenaren goed aan. 

De overige 5% zijn problemen die we na een eerste onderzoek gaan doorsturen naar de derde lijn. Dit betreffen dan meestal liggende operaties of het specifieke plaatselijke probleem vraagt om beeld uit veel duurdere apparatuur zoals MRI en CT of we willen bijvoorbeeld een veulenbrigade met continue bewaking of een aanvullend onderzoek. Deze liggen wat ons betreft altijd op een kliniek naar keuze.  

Sommige partijen doen alleen 1e lijn, sommige 1e en 2e en sommige alles. 

Wat duidelijk zal zijn is dat nu de tweede lijn ook mobiel is, met name de grens tussen de 1e en 2e flinterdun vaker flinterdun is. Wij merken dat paardenproblemen in de uitvoering echt te kust en te keur over de 1e en 2e lijn schieten heen en dat het onderscheid door de mogelijkheid ook mobiel te werken hier nu eigenlijk echt niet heel hard meer is. Een onderscheid met derde lijn is niet onlogisch, omdat een erg groot percentage van  de paarden daar nooit of niet regelmatig mee te maken krijgen. 

 

Naar overspecialisaties?

Op onze spoedpagina kun je lezen wat wij denken over overspecialisatie. De arts die opeens alles doet, alles specialisme is gaan noemen, maar geen spoed voor de patienten die in verder volledige behandeling zijn. 

Deze weg is nieuw, maar we vinden hem heel risicovol. De continuiteit van de Erkenning is er zodat je dit soort ontwikkelingen tijdig halt toe kan laten roepen. 

Stap voor stap door leren!

 De huidige generatie werkend artsen gaan bepalen of in ons vak een gezonde basis opgebouwd wordt, of uiteindelijk scheefgroei de kans krijgt en bij spoed iedereen zich opeens gaat verschuilen achter zelfbedachte doorgeslagen specialisaties of samenwerkingsverbanden. 

Een enorm groot gedeelte van de paardenartsen werkt gedegen en goed aan de groei van balans. 

Dat Erkenning een mooi vervoermiddels is voor praktijken waar iedereen zich dan voor de rest in eigen tempo en passend bij de persoonlijke voorkeur verder kan ontwikkelen, is heel logisch.  

De kracht van langdurige Erkenning

Er zijn over de hele wereld universitair specialisten, die werken aan nieuwe onderzoeken en het geven van vervolgcursussen, aan werkende dierenartsen. De vrijheid in onze Erkenning en daar ontzettend veel soorten onderwerpen onder te schuiven is belangrijk. Uiteindelijk heeft alles heel veel te maken met aansturing van intentie, het ieder jaar weer iets beter voor de paarden te gaan doen. 

Is Erkenning belangrijk? Het antwoord is ja, het is zelfs veel belangrijker dan men op voorhand denkt.  

Wat is dan een Erkend Keuringsdierenarts?

Naast Erkend Paardendierenarts bestaat er ook een register Erkend Keuringsdierenarts Paard.

Dit is echter geen opleidingsregister maar een verzekeringsvolmachtenregister en dus heel iets anders. Het gaat hier om paardenartsen die paarden ook direct mogen verzekeren bij bepaalde verzekeraars, zonder tussenkomst van een verzekeringsarts. Assurantietussenpersonen noemen dat een volmacht. Later sloot de KWPN zich daarbij aan.

Een volmacht is dermate anders, dat dit register dus ook een hele andere naam zou kunnen hebben. Bij een erkend keuringsarts wordt jaarlijks uit de gedane (röntgen)keuringen een flink aantal foto’s steekproefsgewijs nogmaals getoetst, om zo te toetsen of de rontgenfoto’s van benen correctheid genomen zijn en de beoordeling in de volmacht te controleren. Voor zo een omvangrijke toetsing achteraf, moet jaarlijks een hoge financiele bijdrage worden betaald. 

Aankoopkeuring zonder volmachtkeuze

Hoewel wij in onze regio veel aan-, en verkoopkeuringen doen, ook voor export van rijpaarden naar het buitenland, kiezen we niet voor Erkend Keuringsdierenarts. Wij hebben hier geen grote opfokkoppels in de buurt staan om te gaan screenen. Bij te veel aankoopkeuringen die we doen, is er bovendien ook geen verzekeringswens. De koper keurt louter een rijpaard voor zichzelf. Of het rijpaard en de foto’s moeten naar het buitenland enzovoorts.

In het geval dat een (rontgenologische) aankoopkeuring wel gelijkertijd ook moet leiden tot opname in een verzekering, worden foto’s direct doorgestuurd naar de arts van de specifieke paardenverzekeraar naar keuze. Onze rontgenfoto’s hebben een uitstekende en zeer scherpe kwaliteit. Dat komt omdat we natuurlijk heel veel kreupelheden onderzoeken, dus direct voor kwalitatief zeer scherpe rontgenapparatuur gegaan zijn. Uiteraard hebben we alle belangrijke cursussen voor het nemen van standaard keuringsfoto’s en beoordelen gedaan. Dit houden we zeker ook up-to-date.

Als ervaren kreupelheidsarts zijn we sterk geworden in het herkennen van allerhande kreupelheden tijdens beweging en het herkennen van afwijkingen op beelden. Wij nemen vanuit die ervaring ook geen rug/hals foto’s mobiel. 

Verzekeraars kunnen altijd op ons rekenen, dat we altijd netjes en eerlijk werken. Zo hebben we in de loop der jaren ook met alle verzekeraars, een zeer prettige samenwerking opgebouwd. 

Hoe we exact keuringen regelen, leggen we verder uit op onze pagina aankoopkeuringen. 

Wat is dan een erkend FEI-arts?

FEI gaat over de internationale sport.

Dit register klinkt gelijk hoogdravend, maar stelt qua bijleren niet heel veel voor. 

Even dagje zitten en je bent ook FEI arts.  

Voor de mensen die internationaal gaan starten mogen we het bijzondere FEI paspoorten maken. Dat is altijd heel leuk en gezellig, want er is dan altijd een hele blijde eigenaar! 

Hans is ook nog steeds FEI Treating Vet. In het verleden waren we ook FEI-wedstrijdarts. In onze werkregio vinden echter nu geen internationale concoursen meer plaats, maar nog louter regionale. 

Omdat we graag en al veel regionaal helpen, werken wij daarom nu even niet meer als FEI wedstrijdarts.  

Iets duidelijker?

Het ene register klinkt hoogdravend internationaal, maar stelt dus echt niets voor.

Het andere lijkt bijna niets voor te stellen…. maar onder die vlieger kan enorm veel gebeuren en alle afstemming in denkwerk plaatsvinden.

En jij weet al concreet net een beetje beter, wat dingen nu eigenlijk in houden!

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)