Thermografie
Thermografie als hulpmiddel bij onderzoek paard
Wat is thermografie?
Bij thermografie zet een kleine camera temperatuurverschillen om in beeld.
Dat kan in een huis zijn, maar bijvoorbeeld ook de huid van een paard of een zadelkussen zijn.
Hebben we hier ervaring mee?
Ja, we hebben dit hulpmiddeltje best goed onderzocht op de mogelijke inzetbaarheid!
Erica heeft haar certificaat voor het beoordelen en maken van complete thermografie rapporten al in 2011 gehaald (ICETD, van paardenservice thermografie). Deze cursus was niet opgezet door een dierenarts, maar iemand die het veel gebruikt.
Hans heeft hier ook een cursus over gevolgd, die wel opgezet was, door een Amerikaanse dierenarts.
De camera was relatief heel goedkoop, we hebben ook zelf een camera en hier een periode veel aanvullende totaalopnames mee gemaakt. Van paarden maar ook heel veel van zadels op zijn kop en je ziet dus echt bruggen enz en veel verschil in linker en rechterzweetbladen enz.
Maar we hebben natuurlijk ook gekeken, welke overeenstemmingen we vonden, tussen apparatuur.
Wordt het nu veel toegepast ?
Thermografie bestaat dus al heel erg lang, maar maakte in al die tijd, nooit een grote doorbraak als “echt” onderzoeksmiddel in paardenpraktijken.
Niet bij ons en ook niet bij hele grote paardenartsenpraktijken, die soms wel erg veel assistentie hebben. Deze assistentie kan natuurlijk ook kunnen leren, opnamen met deze camera te gaan maken. Zo zou een relatief heel goedkoop hulpmiddel ontstaan.
Toch brak het nooit wat sterker door als hulpmiddel in praktijken en er is natuurlijk een reden.
Middel tussen andere middelen
Die reden is niet, dat artsen dit middel niet kunnen leren of zouden willen gebruiken.
Integendeel, we gebruiken voor het stellen van volledige diagnoses best veel verschillende dingen, die niet zo moeilijk of duur zijn. Denk aan een hand, een simpel verdovingsprikje, een verzameling sensoren enz. Deze middelen zijn ook best simpel. Maar eenvoud voor inzet, is de enige graadmeter niet.
In het vooronderzoek bij toplijn en kreupelheidsonderzoek, zijn eigenlijk alle zoekmiddelen nog relatief goedkoop. De apparatuur wordt pas duurder en iets complexer in de omgang, als we in de binnenkant van het paard willen zoeken en kijken. Bij bewegingsproblemen of gedragsproblemen is het vooronderzoek basis van veel vervolgbeslissingen, dus onderdeel van een groter geheel. Als we thermografie in het totale traject van vooronderzoek, diagnose en aanpak altijd veel beter zouden gaan performen, dan stond de camera zeker vaak aan. Maar dat is niet het geval.
Beperkingen huidwarmte meter
Warmteverschillen via de huid, ontstaan door heel veel invloeden en zeggen helaas veel te weinig over aanwezigheid van alle mogelijke werkelijke bewegingsproblemen, in de diepte. Er is dus heel snel te weinig overeenstemming.
Bovendien staat het paard stil tijdens dit thermografieonderzoek. Een totale opname duurt best lang en al dit tijd zagen we geen beweging bij het onderzoeken van …. bewegingsproblemen.
Dat werkt twee kanten op.
Een rode vlek op het hoofd op de thermografiecamera zegt gelukkig niet altijd iets over daadwerkelijke aanwezigheid van hoofdpijn en er hoeft gelukkig ook geen hersentumor of schedelfasciascheur te zijn.
Het kan echter ook zijn, dat er tijdens beweging wel irritatie is -met alle mogelijke oorzaken-, die dan weer niet zichtbaar wordt op thermografisch totaalonderzoek bij het staande paard. Dat is natuurlijk nog veel vervelender want kan meer gevolgen hebben.
Klachten oplossen?
Het is een feit dat niemand zijn paard, voor de fun bij een arts laat onderzoeken. Vaak is er een reden. Dit kan preventief zijn en nog vaker geldt, dat er een heldere of vage klacht is, waarbij de hoop bestaat dat een mogelijke oplossing niet over het hoofd gezien wordt.
Wij doen dan liever het onderzoek op basis van wat we voelen en zien in veranderingen in gedrag van het paard tijdens onderzoek, omdat we de combinatie scherpte bewegingsopname en diepte (bijvoorbeeld locale verdoving in been of toplijn) moeten blijven combineren om zo verder komen, dan louter moeten werken op basis van huidwarmte van een stilstaand paard.
Bij vage bewegingsproblemen gaan werken zonder bewegingsanalyse, maakt ook verdere conclusies met diagnose apparatuur riskanter. Er is immers geen relatie gelegd met reactie op pijn of irritatie in beweging, mogelijk elders in het lichaam. Die relatie moeten we zo veel mogelijk wel kunnen leggen.
Een bewegingsprobleem louter via een thermografierapport beoordelen en verder onderzoeken, is daarom op paardenpraktijken, nooit de gewoonte geworden.
Rapport lezen ?
Het is dus niet zo dat we het middel over het hoofd zagen of niet getest hebben. Zeker in combinatie met zadels en singels en staken, heeft het middel ons toch weer nieuwe dingen bijgeleerd. Ook pakken we af en toe de camera er nog even bij voor verificatie dmv een locale opname. Een locale foto duurt dan 5 minuten.
Een volledige opname en het maken van een rapport duurt ongeveer 1,5 tot 2 uur. Dat kan iedereen doen, maar wij doen deze onderzoeken dus niet, want ten opzichte van andere middelen, missen we de nodige toegevoegde waarde, dan veel te vaak.
Bij bewegingsproblemen vinden we het hebben van louter een thermografierapport dus geen betrouwbare vervanger van goed manueel en veel gerichter bewegingsonderzoek.
Mocht een paardeneigenaar zo een rapport al hebben laten maken, dan kunnen we het rapport dus wel “uitlezen”, tegen het paard houden en uiteraard meenemen in iets completer vooronderzoek.
Voorwaarde voor rapporten!
Wil je toch een rapport, dan is duidelijk dat thermografierapporten door iedereen gemaakt worden en dat hoeft en zal dus vaak geen arts zijn. Dat is dan ook niet nodig, want men staat tenslotte aan de buitenkant en heeft niet veel kennis van anatomie nodig.
Wel is het dan echt belangrijk dat het volledig onder de juiste voorwaarden gemaakt is. Alleen onder onderstaande voorwaarden, kunnen we dit rapport dan meenemen voor wat het is: een stukje aanvullende informatie, met de nodige specifieke bijzonderheden.
Om foto’s op zinvolle wijze mee te kunnen nemen in de overwegingen, zijn er logischerwijs best wat voorwaarden aan het onderzoek:
Betreft het een totaalonderzoek van het gehele paard (45 foto’s), dan komt het er op neer dat de beoordelaar het paard zijn linkerhelft en rechterhelft gaat vergelijken op bijzondere, afwijkende verschillen. Natuurlijk geldt dat er altijd verschillen tussen links en rechts zijn, omdat nagenoeg alle paarden a-symmetrisch zijn. Maar ze kunnen natuurlijk ook vreemd gaan zijn.
De omstandigheden, de camera instellingen, cameragebruik en het op de juiste wijze aanpassen van alle (!) foto’s, zijn heel belangrijk. Bij verkeerde temperatuurschalen krijgen we een vertekend beeld. Niet ieder paard heeft exact dezelfde basistemperatuur en deze kan sterk veranderen door omgevingsfactoren zoals wind, tocht, zon, haarlengteverschillen, wrijving van dekens, peeskappen, of scheren. Kleinere verschillen geven al snel afwijkende warmte door.
Een goed thermografisch onderzoek is dan ook verbonden aan een aantal voorwaarden. Zo moet thermografie ALTIJD plaatsvinden in een volledige wind/tochtvrije ruimte, zonder direct zonlicht en op een harde rechte ondergrond. De temperatuur houden we graag tussen de 5 en 20 graden.
In de winter betekent dit dat onderzoek moet gebeuren in een iets opgewarmde ruimte, waar geen zonlicht naar binnenkomt. Het paard moet totaal droog zijn, zonder vuil/modder. Geen sprays of smeersels op het paard. Dekens, transportbeschermers en bandages verwijderen minimaal 2 uur voor het onderzoek en 2 uur van tevoren de laatste harde borstel over het paard. Bij een totaalonderzoek moeten dan manen en staart al zijn opgestoken.
Vooruitgang
We denken graag “out of the box” mee. Maar wie vanuit ruimere achtergrond werkt en denkt, ziet thermografie als een middeltje, tussen andere middelen. Waarbij alle paardeneigenaren blij mogen zijn, dat de andere middelen, de afgelopen jaren gelukkig niet stil in hun ontwikkeling stonden.
Contact ?
Bij spoed: niet mailen of appen maar liever persoonlijk contact.
- 06 - 5537 00 00
Indien geen spoed: